In aanloop naar de Olympische Winterspelen van Milaan–Cortina 2026 staat freestyle skiën opnieuw volop in de schijnwerpers. Wat ooit begon als een speels experiment op de piste, is uitgegroeid tot een technisch hoogstaande en spectaculaire Olympische sport. Freestyle skiën combineert creativiteit, lef en perfectie, en spreekt daarmee een breed en jong publiek aan. Tijdens een interview met Leo Jansen, voormalig trainer en Olympisch jurylid, wordt duidelijk hoe deze sport zich heeft ontwikkeld en welke fysieke eisen zij stelt aan de atleten en welke (mond)blessures het meest voorkomen.
Freestyle skiën vindt zijn oorsprong in de jaren zestig in de Verenigde Staten. Skiërs begonnen toen te experimenteren met sprongen, spins en acrobatische bewegingen, puur voor het plezier. Deze vrije manier van skiën werd bekend als hot-dogging en kende nauwelijks regels of vaste vormen.
In de jaren zeventig veranderde dit karakter. Freestyle skiën groeide uit tot een georganiseerde sport met officiële wedstrijden en vaste disciplines zoals moguls, aerials en zelfs balletskiën. De erkenning door de internationale skifederatie (FIS) in 1980 zorgde voor verdere professionalisering en internationale verspreiding. Een belangrijk hoogtepunt volgde in 1992, toen freestyle skiën zijn Olympische debuut maakte tijdens de Winterspelen. In de jaren daarna kwamen er steeds meer disciplines bij, waaronder halfpipe, slopestyle en big air. Deze onderdelen, sterk beïnvloed door snowboarden en skateboarden, maakten de sport nog spectaculairder en visueel aantrekkelijker.
Leo Jansen, voormalig trampolinespringer en freestyle skiër, vertelt over zijn passie voor de sport en zijn ervaring als coach en jurylid. Hij benadrukt de link tussen freestyle skiën en trampoline springen, waarbij luchtacrobatiek, precisie en lichaamscontrole centraal staan. Door de hoge sprongen en harde landingen is freestyle skiën blessuregevoelig, met name knieblessures, enkel-, rug- en schouderblessures komen veel voor. Ook mond- en kaakblessures zijn niet ongewoon, daarom is het dragen van een goed passende gebitsbeschermer essentieel. Deze beschermt tanden, lippen en kaak tegen letsel en draagt bij aan een veilige beoefening van de sport.
Gebitsbeschermers zijn cruciaal in freestyle skiën. Op maat gemaakte en performance mouthguards bieden de beste bescherming en verminderen de impact bij valpartijen. Het is belangrijk om de gebitsbeschermer regelmatig te reinigen en op de juiste manier te bewaren. Door het bitje na elke training of wedstrijd te spoelen en voorzichtig te reinigen met milde zeep, blijft deze optimaal werken. Daarnaast is het belangrijk om het bitje goed te laten drogen en op te bergen in een geventileerd bewaardoosje. Een goede hygiëne en onderhoud verlengen de levensduur van de gebitsbeschermer en dragen bij aan een gezonde mond.
Ontdek meer over de link tussen freestyle skiën en trampoline springen en het belang van gebitsbeschermers in de sport. Voor meer informatie over mondgezondheid en blessurepreventie, bezoek de websites van onze partners zoals
123tandarts.nl en
Tandartsenbrabant.nl.